Succesfactoren bij ondernemen in ontwikkelingslanden: Supply chain management

Succesfactoren bij ondernemen in ontwikkelingslanden: Supply chain management

di, 01/11/2016 - 09:22 | Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Den Haag
Een optimale keten, met betrouwbare toeleveranciers en een verzekerde afzet, is één van de succesfactoren voor zakendoen in ontwikkelingslanden. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) onder ruim 150 projecten in ontwikkelingslanden.

Succesfactor: Supply chain management

Supply chain (keten)management is belangrijk om kosten te besparen, snelheid te winnen, processen te optimaliseren en de klant tevreden te stellen. Het is een uitdaging om deze keten zo optimaal mogelijk te organiseren bij het starten van een nieuw bedrijf in een ontwikkelingsland. In ontwikkelingslanden krijgen ondernemers te maken met andere omstandigheden en problemen. De ondervraagde ondernemers geven aan dat als er al sprake is van een bestaande keten, deze in veel ontwikkelingslanden vaak slecht is georganiseerd. Naast de investering in het nieuwe bedrijf waren er extra kosten en investeringen nodig om een optimale keten tot stand te brengen. 

Grondstoffen

Een veelgehoord probleem is de beschikbaarheid van grondstoffen. De meeste bedrijven kopen hun grondstoffen lokaal in. Ondervraagde bedrijven in de sectoren landbouw en industrie kopen gemiddeld voor respectievelijk 2,4 en 2,3 miljoen euro per jaar lokaal in.

Soms zijn bedrijven toch genoodzaakt om bepaalde grondstoffen te importeren. De gewenste kwaliteit of kwantiteit is lokaal niet altijd voorhanden, zoals bij kunstmest, gewasbestrijdingsmiddelen of staal. "Er is bijna geen vraag naar hoge kwaliteit, deze materialen zijn daarom erg duur. Importeren vanuit Europa is nog steeds goedkoper," aldus een ondernemer.

Genoemde uitdagingen bij het verkrijgen van lokale grondstoffen zijn:

  • De slechte kwaliteit van de grondstoffen.
  • Een onregelmatige aanvoer.
  • De ontoegankelijkheid van het terrein. Dit maakt het moeilijk om grondstoffen te verzamelen en te transporteren naar de fabriek.
  • De sterke concurrentie van andere inkopers, bijvoorbeeld bij producten als cacao, koffie, cashewnoten of fruit.
  • Weinig loyaliteit bij toeleveranciers die ondanks (schriftelijke) afspraken toch de grondstoffen aan derden verkopen (side selling);
  • De hoge prijs van grondstoffen. Importeren, met extra kosten voor transport en verzekering, is zelfs goedkoper.
  • Een gebrek aan certificering van de grondstoffen. Hierdoor voldoen ze niet aan strenge eisen van de afzetmarkt in bijvoorbeeld de EU of de VS.
  • De slechte en onwenselijke omstandigheden in de keten, zoals slechte werkomstandigheden of milieuvervuilende processen (bijvoorbeeld het verkeerd gebruik van pesticiden).

In veel gevallen zorgen deze omstandigheden voor extra kosten. Denk aan hogere inkoopprijzen, investeringskosten om de keten te verbeteren of extra kosten voor import. Daarnaast kan inkomstenderving ontstaan bij het stilvallen of vertragen van de productie bij gebrek aan voldoende grondstoffen.

Investeren in de keten

Sommige bedrijven hebben de oplossing gezocht in het verbeteren van de toeleveranciers. Zij hebben intensief geïnvesteerd in training, begeleiding, assistentie bij certificering of andere hulpmiddelen aan toeleveranciers om de juiste grondstoffen te krijgen. Een vertrouwensrelatie met de leverancier opbouwen is daarbij belangrijk.

Hulp bij certificering toeleveranciers

Volgens de OECD-richtlijnen voor multinationals moeten bedrijven ook negatieve effecten in hun keten tegengaan. De ondervraagde bedrijven doen dit door het eisen van een certificering, het regelmatig bezoeken van toeleveranciers en het assisteren bij betere productiemethoden. "Lokale, ruwe materialen zijn vaak van slechte kwaliteit. Het kost tijd om te investeren in een goede keten. Wij hebben nu een productief, lokaal netwerk van leveranciers. Wij hebben deze bedrijven getraind en gecertificeerd. Zij verkopen nu ook meer aan andere buitenlandse bedrijven. Hierdoor is er meer begrip bij lokale bedrijven. De kwaliteit, de aanvoer en de prijsstrategieën zijn beter geworden," aldus een ondervraagde ondernemer.

Training en hulpmiddelen afnemers

Van alle ondernemers die op de lokale markt verkopen zegt 63% te investeren in de relatie met hun klanten. In veel gevallen gaat het om training over een nieuw of verbeterd product waarvan de klanten de toepassing of eigenschappen niet kennen. Als het product dan ook nog duurder is, moet de lokale koper echt overtuigd worden.
Bedrijven begeleiden hun klanten soms zelfs intensief. Zo is er een fabrikant van tandprotheses die de tandartsen voordoet hoe ze de nieuwe hoogwaardigere kronen moeten plaatsen. Ook leveren bedrijven soms hulpmiddelen om het product effectiever te kunnen verkopen. Voorbeelden uit het onderzoek zijn kiosken, fietsen en een geheel pakket aan zaden, mest en gewasbescherming.   

Aanbeveling

Goed onderzoek naar de vestigingsplaats en de mogelijkheden voor het verkrijgen van grondstoffen is heel belangrijk als voorbereiding op de investering. Ook moeten bedrijven er rekening mee houden dat er extra middelen en mankracht nodig zijn om de keten te organiseren. In het onderzoek werden de volgende extra investeringen genoemd: training, assistentie bij het verkrijgen van een certificering, begeleiding en het verstrekken van hulpmiddelen.

Het onderzoek

RVO.nl projectadviseurs hebben ruim 150 projecten bezocht, die in de periode 2002 tot en met 2013 zijn uitgevoerd. Deze projecten waren onderdeel van het Private Sector Investment Programma  (PSI), een subsidieprogramma dat innovatieve investeringsprojecten stimuleert in ontwikkelingslanden (voorheen Programma Samenwerking Opkomende Markten - PSOM). Doel was te onderzoeken welke bedrijven nog steeds succesvol zijn en wat het effect van deze bedrijven is op zaken als lokale werkgelegenheid en het verspreiden van nieuwe kennis. De adviseurs hebben met een enquête de factoren die belangrijk zijn voor succes in kaart gebracht. 'Supply chain management' is de derde succesfactor in de reeks 'Succesfactoren bij ondernemen in ontwikkelingslanden'. In eerdere artikelen zijn de succesfactoren 'Personeel en training' en 'Lokale partners' aan bod geweest.

Dutch Good Growth Fund

De meeste Nederlandse ondernemers die via het PSOM of PSI-programma zijn opgestart, geven aan dat er een positief effect is op hun bedrijf in Nederland. Voor ruim de helft heeft het geleid tot een hogere omzet. Andere effecten zijn betere marktpositie, toegang tot nieuwe markten en beschikbaarheid van nieuwe producten. PSI is inmiddels opgevolgd door het Dutch Good Growth Fund (DGGF).

Klik hier voor de originele url