Succesfactoren bij ondernemen in ontwikkelingslanden: vervolginvesteringen

Succesfactoren bij ondernemen in ontwikkelingslanden: vervolginvesteringen

di, 25/10/2016 - 11:56 | Rijksdienst voor Ondernemend Nederland
Den Haag
Blijven investeren is één van de succesfactoren voor zakendoen in ontwikkelingslanden. Dat blijkt uit onderzoek van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) onder ruim 150 projecten in ontwikkelingslanden. Van de ondervraagde ondernemers heeft 75% na de opstartfase een vervolginvestering gedaan.

HET ONDERZOEK

RVO.nl projectadviseurs hebben ruim 150 projecten bezocht, die in de periode 2002 tot en met 2013 zijn uitgevoerd. Deze projecten waren onderdeel van het Private Sector Investment Programma  (PSI), een subsidieprogramma dat innovatieve investeringsprojecten stimuleert in ontwikkelingslanden (voorheen Programma Samenwerking Opkomende Markten - PSOM).

Ondernemers met een goed businessplan kregen met een PSI-subsidie een éénmalige financiële bijdrage om investeringen in ontwikkelingslanden te stimuleren. De subsidie maakte het mogelijk om op te starten op pilotschaal. Uit het onderzoek kwam naar voren dat 75% van de bedrijven die nog steeds actief zijn, vervolginvesteringen hebben gedaan om het bedrijf verder te laten groeien.

GROEI VAN BEDRIJVEN

Het opstarten en verder uitbouwen van het bedrijf kost de ondernemers vaak meer tijd dan oorspronkelijk gedacht.  Pas na gemiddeld 5 jaar starten de ondernemers met vervolginvesteringen. Deze investeringen bedragen gemiddeld € 1 miljoen. De belangrijkste redenen voor verdere investeringen waren:

Vergroting van de productiecapaciteit om aan de marktvraag te voldoen
Verbetering van de productie
Introductie van nieuwe producten en productiewijze

GEBREK AAN WERKKAPITAAL

25% van de ondernemers zonder vervolginvestering gaf aan nog bezig te zijn met zaken als markt- of productontwikkeling. Dit waren meestal de ondernemingen die minder lang aanwezig waren in een ontwikkelingsland. In sommige gevallen was gebrek aan werkkapitaal voor de voorfinanciering van grondstoffen, een rem op de groei.

FINANCIERING GROEI

Het grootste deel van de vervolginvesteringen (74%) werd gefinancierd uit eigen middelen: of vanuit de winst van het bedrijf in een ontwikkelingsland of door inbreng van één van de partners in dat bedrijf. Van alle ondervraagde bedrijven had slechts 26% externe financiering ontvangen, zoals bankleningen.

POSITIEVE EFFECTEN

Het opzetten van een bedrijf in een ontwikkelingsland heeft vaak positieve effecten op zowel het bedrijf van de PSI-aanvrager als op het bedrijf van de lokale partner. Lokale ondernemers gaven aan dat hun bedrijfsomzet in veel gevallen sterk verbeterd was door de samenwerking met een buitenlands bedrijf. Bijvoorbeeld doordat ze een verbeterd product op de markt brachten en door de toegang tot nieuwe markten of technologieën. Ook liet 50% van de ondervraagde Nederlandse ondernemers weten dat de omzet van hun eigen bedrijf was gestegen door de investering.

STARTSUBSIDIE TREKT BEDRIJVEN OVER DE STREEP

Veel PSI-ondernemers beschouwden vooral de start van hun nieuwe bedrijf in een ontwikkelingsland als heel risicovol. Banken zien dit over het algemeen ook zo en zijn niet geneigd deze activiteiten te financieren. Doordat de PSI-subsidie een deel van het risico wegnam, durfden de ondernemers uiteindelijk toch deze risicovollestap te nemen.

Uit het onderzoek blijkt ook dat ondernemers die met succes een bedrijf hebben opgezet in een ontwikkelingsland, daarna wel de financiële middelen vinden om het bedrijf verder uit te breiden. Vaak gebeurde dat met eigen middelen, soms met een banklening. De vervolginvesteringen hebben een positief effect op de werkgelegenheid in ontwikkelingslanden. Immers, doordat de bedrijven uitbreiden, hebben ze meer werknemers nodig.

De PSI-subsidie is inmiddels opgevolgd door het Dutch Good Growth Fund (DGGF).

MEER SUCCESFACTOREN

De adviseurs hebben met een enquête 'Succesfactoren bij ondernemen in ontwikkelingslanden' in kaart gebracht. In eerdere artikelen zijn de succesfactoren 'Supply chain management',  'Personeel en training' en 'Lokale partners' aan bod geweest.

Klik hier voor de originele url